Deze website maakt gebruikt van cookies. Klik hier voor meer informatie.
Klik op "OK" om cookies te accepteren, of op "Weigeren" om de cookies te weigeren.

Bouwveiligheid zou een module moeten zijn bij bouwkundige opleidingen


Bovenstaande uitspraak komt van Pieter Visser, Manager Advies bij Aboma. De slogan van Aboma luidt “Duurzaam bouwen aan veiligheid en kwaliteit”. Het bedrijf is toonaangevend specialist op het gebied van veiligheidsadvisering en keuringen, inspecties en taxaties van materieel. We spreken Visser op de bouw in the Green Village in Delft. Op locatie werken studenten aan het project MOR, ofwel Modulair Office Renovation. Dit initiatief van de TU Delft is gericht op het modulair transformeren van bestaande utiliteits(hoog)bouw naar duurzame en netto positieve woningen.

MOR Aboma          MOR Aboma

Het MOR-team bestaat uit 50 leden, voornamelijk master studenten van de TU Delft, van diverse nationaliteiten. In subteams met ieder een eigen specialisatie (denk aan architectuur, duurzaamheid, elektrotechniek, financiën en sponsorschap) werkt men in the Green Village aan een casco replica van een verdieping van een te transformeren kantoorflat in Rotterdam. De doelstelling: het op modulaire wijze duurzaam transformeren van de utiliteitsruimte tot moderne woonruimte. Met hun werk zal het MOR-team dit jaar meedoen aan de Solar Decathlon Europe in Szentendre te Hongarije. In juli zal het modulaire gebouw gedemonteerd worden en weer worden opgebouwd in Hongarije. Visser is op de bouw aanwezig om de veiligheidsmiddelen en -maatregelen te controleren. De studenten zijn goed op weg, maar kunnen op verschillende punten nog bijleren omtrent het thema veiligheid.

MOR Aboma


Het schort aan praktijkkennis
Visser spreekt het team studenten aan op actuele hiaten die hij constateert inzake de veiligheid op de bouw. De studenten luisteren aandachtig toe, stellen vragen en maken notities. Even later bevinden we ons in de bespreekruimte van the Green Village, samen met Nienke Scheenaart, Communications Manager MOR Team, Erwin van Rijswijk, Projectmanager bij JP van Eesteren en Arjan van Hamburg, hoofd Kwaliteit Arbo Milieu (KAM) bij JP van Eesteren, dat als sponsor van het project optreedt. “De studenten zijn absoluut innovatief bezig, het zijn jonge, enthousiaste mensen in opleiding. Echter: veiligheid is duidelijk een ondergeschoven kindje. De basiskennis omtrent veiligheid is er, het schort echter aan toepassing in de praktijk”, opent Visser het gesprek. Scheenaart vult aan: “Op de universiteit wordt weliswaar onderwezen in de basisprincipes omtrent veiligheid, maar de praktische kant mist nog.”

De lat werd op eigen initiatief hoger gelegd
Scheenaart vertelt over de wedstrijd: “De competitie daagt universiteiten en vooral studenten uit om een klimaatneutraal en zelfvoorzienend huis te ontwerpen en te bouwen. Daarbij staan de thema’s renovatie en circulariteit centraal. Het concept om middels modulair bouwen een bestaande utiliteitsbouw te transformeren naar een duurzame, netto positieve woning, is zelf door MOR toegevoegd. Of men de wedstrijd wint of niet, winst is er altijd, omdat we in de nabije toekomst steeds meer te maken gaan krijgen met dit soort transformaties. Als dit duurzaam en bovenal veilig kan gebeuren, worden er meerdere problemen tegelijk opgelost.”

Veiligheid al meenemen in de ontwerpfase
Van Rijswijk merkt op dat veiligheid een prioriteit zou moeten zijn die in de ontwerpfase wordt meegenomen. “Kan het niet veilig ontworpen of onderhouden worden, dan moet je het niet bouwen”, concludeert hij. Daar voegt Van Hamburg aan toe: “Architecten denken over dergelijke zaken te weinig na. Het ontwerp moet dusdanig zijn dat het in de eerste plaats veilig te bouwen is, daarna veilig te onderhouden is en dan dient men tevens rekening te houden met zoiets simpels als een glazenwasser die veilig zijn werk moet kunnen doen.”

MOR AbomaVisser ziet wel een kentering als het op veiligheid aankomt, maar merkt op dat deze vooral gedreven is door handhaving. “De vraag om te inspecteren naar aanleiding van handhaving wordt Aboma dan ook vaak gesteld. Met verbetering door handhaving loop je echter altijd achter de feiten aan. Veiligheid zou een intrinsiek onderdeel van de opleiding moeten zijn en op deze manier moeten verankeren in de verdere loopbaan van de student.” Een groot probleem volgens Van Rijswijk is de misvatting omtrent de kosten die met veiligheid gepaard gaan. Hij legt uit: “Er moet bewustwording gecreëerd worden, zodat men veiligheid niet als kostenpost gaat zien, maar als middel om juist kosten te voorkomen.”

Het aspect veiligheid onderbrengen bij één partij
“Veiligheid zou opgenomen moeten worden in het Programma van Eisen in de uitvraag. Om duidelijkheid te krijgen en te bewaren, zou het mooi zijn indien alles rondom veiligheid bij één partij ondergebracht wordt bij een bouwproject. Van begeleiding in de ontwerpfase, tot en met de bouw en de onderhoudsfase die uiteindelijk volgt. Door de onderhoudspartij al in de ontwerpfase aan tafel te hebben zitten, wordt vooraf duidelijk over welke kosten en maatregelen er gesproken wordt en kan men daarop anticiperen. Dat neemt echter de noodzaak van goede controle tijdens alle fases niet weg!”

Visser is van mening dat elke bouwkundige opleiding zou moeten beschikken over een verplichte module “Bouwveiligheid” die gericht is op de vaak complexe praktijk van het hedendaagse bouwproces. Verder sluit hij zich volledig aan bij het idee om veiligheid al in de ontwerpfase mee te nemen. “Als er goed ontworpen zou worden, dan zouden er in principe geen restrisico’s mogen zijn.”

De zwakste schakel blijft de mens zelf
Dat controle in de praktijk broodnodig is, beaamt Visser. “Het blijft werken met mensen. Communicatie is van cruciaal belang bij het handhaven van alle veiligheidsbeginselen. Daar zien we het dan ook vaak misgaan. In een ideale situatie spreken mensen elkaar aan op elkaars gedrag en attendeert men elkaar op onregelmatigheden. Dat gaat al mis wanneer er niet dezelfde taal op de bouw gesproken wordt, letterlijk en figuurlijk. Wij zien dat probleem vaak ontstaan doordat partijen hun eigen bedrijfscultuur meenemen naar de bouw.

Safety Officer
Van Hamburg ziet dat binnen het MOR-team een prima Health & Safetyplan is opgesteld. “Beter dan gemiddeld zelfs, dat kun je aan deze studenten prima overlaten. Er is altijd een Safety Officer aanwezig op de bouw.” Scheenaart reageert: “Binnen het team staat iedereen met de neus dezelfde kant op en we besteden aandacht aan zuivere communicatie. We spreken elkaar aan op elkaars gedrag. Bij onderaannemers waarmee gewerkt wordt, zien we dat bepaalde Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM’s) vaak blijven liggen. Daar maken we werk van door hen erop te attenderen.” Visser vraagt zich af of Scheenaart met de opgedane ervaring anders gestart zou zijn, als ze overnieuw mocht beginnen. “We zitten met de handicap dat we een exacte casco kopie in beton hebben staan van een bouwsituatie uit het verleden. De nabouw is in feite een renovatie-actie. Dat maakt dat je niet altijd met de moderne regels voor veiligheid uit de voeten kunt. Daar moeten we dus een zo veilig mogelijke oplossing voor vinden. Het Health & Safetyplan nemen we mee voor de opbouw in Hongarije en we zullen dit naar aanleiding van dit veiligheidsbezoek zeker aanpassen. Heel belangrijk, want bij niet veilig werken deelt de Solar Decathlon Europe organisatie strafpunten uit.”

MOR Aboma

Duurzaam bouwen aan veiligheid en kwaliteit